• Beleid

  • “Wij staan voor onze club”
    Het bestuur van v.v.D.V.O.L. 1

    Gedragscodes en handvatten bij v.v.D.V.O.L.

    Inhoudsopgave pag.
    Inleiding 
    1. Wanneer je zelf speelt. 
    2. Wanneer je het 'spel' mogelijk maakt. 
    3. Als je publiek bent. 
    4. Aspecten voor verenigingen om voetbal leuk te houden. 
    5. Sanctiebeleid.
    6. Slotwoord.

    Inleiding;
    Omdat incidenten rond en op het veld het plezier in het voetbalspel wel eens hebben willen bederven, hebben 19 Nijmeegse voetbalverenigingen, verenigd in de Belangenvereniging Voetbal Nijmegen, de KNVB en de Gemeente Nijmegen de handen ineengeslagen door een convenant te tekenen.
    Onderdeel van deze overeenkomst was gezamenlijk gedragscodes te benoemen voor passend gedrag rond en op het voetbalveld. Dit betreft het gedrag van de spelers, trainers, coaches, supporters, spelleiding en ouders. Nu de gedragsregels gezamenlijk zijn opgesteld beschikken we over een kader waarbinnen wij elkaar kunnen wijzen, en aanspreken op gedrag dat ongepast is, inmiddels bij een ieder bekend via onderstaand logo.

    Wij als v.v.D.V.O.L. bieden daarnaast onze spelers, vrijwilligers, medewerkers, ouders en een ieder die zich bij onze vereniging betrokken voelt handvatten om deze gedragsregels te handhaven. Hierin staat voor een ieder omschreven welke bijdrage hij/zij kan leveren om de goede sfeer binnen onze vereniging te bewaken zodat er voor nu en in de toekomst met plezier gesport kan worden bij v.v.D.V.O.L.

    1. Wanneer je zelf speelt
    1.1 Speler of speelster
    • weet welke spelregels er zijn
    • weet hoe het voetbal is georganiseerd
    • weet welk doel de wedstrijd heeft: ‘winnen, maar niet ten koste van alles’
    • zorg met elkaar voor een sportief verloop van een wedstrijd
    • toon respect voor elkaar; je medespeler, tegenstander, (assistent)scheidsrechter, coaches, publiek
    • accepteer een beslissing
    • draag correcte en verzorgde wedstrijdkleding en plak sieraden af
    • bereid je goed voor op een wedstrijd met een warming up
    • zorg dat je conditioneel fit bent
    • gebruik voor en tijdens de wedstrijd geen alcohol en drugs
    • ga zorgzaam om met materialen
    • zorg dat iedereen je kan verstaan door Nederlands te spreken

    1.2 Aanvoerder/-ster
    Aanvullend op speler en speelster:
    • zorg dat je de contactpersoon bent tussen de spel ersgroep en de trainer/coach
    • breng teamgenoten op de hoogte van de gedragsregels waaraan ze zich moeten houden
    om een sportieve wedstrijd te spelen
    • corrigeer jouw teamgenoten op onsportief gedrag
    • spreek Nederlands

    1.3 Wisselspeler
    Aanvullend op speler en speelster:
    • geef geen commentaar op teamgenoten, tegenstander en arbitrage.

    1.4 Scheidsrechter
    • weet welk doel de wedstrijd heeft: ‘winnen, maar niet ten koste van alles’
    • zorg dat je actuele kennis van de (spel)regels hebt en pas deze toe
    • toon respect voor elkaar, de spelers, (assistent) scheidsrechters, coaches, verzorgers, bestuurders verenigingen en het publiek
    • houd de veiligheid van de spelers (terreinomstandigheden en sfeer) in de gaten 
    • maak vooraf afspraken met de aanvoerders en assistenten
    • zorg dat tijdens de rust het arbitraal trio de eerste helft evalueert
    • geef een neutrale houding om de indruk van partijdigheid te voorkomen
    • zorg dat iedereen je kan verstaan door Nederlands te spreken
    • bereid je goed voor op een wedstrijd met een warming up
    • zorg dat je conditioneel fit bent
    • draag correcte en verzorgde wedstrijdkleding
    • geef tijdig alle gele en rode kaarten en wanordelijkheden door aan de KNVB
    • onthoud je van coachen
    • specifiek voor de KNVB-scheidsrechter:
    - zorg dat je op tijd aanwezig bent
    - maak kennis met het bestuur, assistenten, trainer/coaches en de aanvoerders
    - zorg dat je op tijd weer weg bent
    - vanaf het seizoen 2006/'07 controleer je voorafgaand aan de wedstrijd, samen met de
    aanvoerders/ begeleiders, de spelerspassen 

    1.5 Assistent-scheidsrechter (veld)
    • ondersteun de scheidsrechter actief
    • zorg dat je conditioneel voldoende fit bent om bij een wedstrijd te assisteren
    • voorzie de scheidsrechter van feedback
    • pas de spelregels correct toe
    • volg opleidingen en bijscholing (aanbeveling)
    • onthoud je van coachen
    • zorg dat iedereen je kan verstaan door Nederlands te spreken

    2. Wanneer je het ‘spel’ mogelijk maakt
    2.1 Trainer/coach (inclusief de rol van coachend begeleider)
    • je bent eindverantwoordelijk voor het gedrag van jouw team
    • stel de gedragsregels vast voor de spelers van je team
    • je hebt een voorbeeldfunctie
    • zorg dat je op de hoogte bent van de (spel)regels en breng deze over op je team
    • ken de bedoeling van het spel en draag dit uit via het coachen
    • grijp tijdig in bij onsportief gedrag van jouw spelers of speelsters
    • toon respect voor de (assistent)scheidsrechter, collega-coach, tegenstanders en het publiek
    • gedraag je representatief als vertegenwoordiger van je vereniging en team
    • begeef je zonder toestemming niet op het speelveld

    2.2 Begeleider (niet in de rol van coach)
    • toon respect voor alle betrokkenen bij de wedstrijd
    • gedraag je representatief als vertegenwoordiger van je vereniging en team
    • zorg voor een goed ontvangst van de tegenstander
    en meld je bij uitwedstrijden bij de ontvangende club
    • ondersteun en attendeer de trainer op afwijkend gedrag van één van de spelers of speelsters
    • zorg dat je alert bent op onsportief gedrag van je trainer en geef feedback
    • bemoei je niet met het spel
    • begeef je zonder toestemming niet op het speelveld
    • bewaak de discipline in het team

    2.3 Verzorger
    • toon respect voor alle betrokkenen bij de wedstrijd
    • gedraag je representatief als vertegenwoordiger van jouw vereniging
    • je hebt een voorbeeldfunctie
    • je hebt een signaalfunctie naar de trainer ten aanzien van het fysieke vermogen en/of het
    sociaal welbevinden van een speler
    • beoordeel of een speler of speelster wel of niet kan (door)spelen
    • je bent bereid tot het verzorgen van een speler van de tegenpartij

    2.4 Overleg tegenstander
    • overleg bij wedstrijden met een risicofactor vooraf met beide verenigingen
    • overleg achteraf met de verenigingen als in een wedstrijd onsportief gedrag is
    voorgekomen en betrek eventueel eerder gemaakte afspraken

    2.5 Ontvangst KNVB scheidsrechter
    • wees op tijd aanwezig voor het ontvangst en het begeleiden van de scheidsrechter naar een kleedlokaal
    • bied de scheidsrechter de gelegenheid om met de assistenten en aanvoerders overleg te voeren
    • bied de scheidsrechter de gelegenheid een warming up te doen
    • begeleid de scheidsrechter van en naar de kleedkamer en als het verloop van de wedstrijd
    daartoe aanleiding geeft, ook bij het verlaten van de accommodatie

    2.6 Ontvangst tegenpartij
    • ontvang en begeleid de tegenpartij naar een kleedkamer
    • informeer de tegenpartij over het speelveld, het kleedlokaal, de aanvang, de eventuele uitloop eerdere wedstrijd e.d.

    3.Als je publiek bent
    3.1 Toeschouwer
    • geef geen negatief commentaar op deelnemers van de wedstrijd 
    • blijf voor, tijdens en na de wedstrijd achter de omheining
    • volg de aanwijzingen van de vertegenwoordigers van de organiserende vereniging op

    3.2 Ouder 
    Aanvullend op toeschouwer:
    • geef met jouw gedrag een voorbeeld voor de spelers
    • bemoei je niet met de manier van leidinggeven van de leid(st)er en scheidsrechter
    • begeef je niet op het speelveld

    4. Aspecten voor v.v. D.V.O.L. om voetbal leuk te houden
    4.1 Organisatie vereniging
    • het verenigingsbeleid bepaalt de norm in de huisregels voor het handelen van de leden
    waarbij de aandacht ook uitgaat naar aspecten als seksuele intimidatie
    • het belang van alle afdelingen en hun leden komt evenredig tot uiting in beleid en uitvoering, wat leidt tot een gevoel van acceptatie en gelijkwaardigheid bij de leden en ongelijke posities in de vereniging voorkomt
    • het verenigingsbestuur regelt bestuurder die controle uitoefent op de gangbare ‘huisregels’ en afwijking aanpakt
    • de cultuur van de vereniging biedt ruimte om gedrag dat afwijkt van de norm bespreekbaar te maken, waarna dit actief van bestuurszijde wordt opgepakt

    4.2 Intern sanctiebeleid
    • elke vereniging maakt aan elk lid bekend wat de gedragsregels zijn
    • het bestuur koppelt sancties aan ongewenst gedrag
    • de vereniging handelt in daad en woord naar de hu isregels en de interne sanctiebepalingen
    • een vereniging geeft aan de KNVB altijd tijdig gele en rode kaarten door en meldt wanordelijkheden
    • het verenigingsbestuur past de straffen van de KNVB toe en controleert deze 

    4.3 Opleiding/kennispeil leden
    • de vereniging zorgt voor het aanleren van de spelregels om een wedstrijd te mogen spelen
    • een speler is (weer) speelgerechtigd als hij via een digitale test aantoont de spelregels te beheersen

    4.4 Clubhuis/kantine/jeugdhonk
    Clubhuis:
    • is op het complex herkenbaar als clubhuis
    • is de plaats voor samenkomst van alle voetballers, scheidsrechters, begeleiders en toeschouwers
    • heeft een passende inrichting en is voor een ieder toegankelijk
    • voldoet aan de door de overheid gestelde inrichtingseisen
    • heeft een duidelijk herkenbaar af te bakenen plaats voor ontvangst van bestuursleden van
    de tegenstander en officials 

    In het clubhuis:
    • zijn de bestuurskamer, het wedstrijdsecretariaat en de ontvangstruimte duidelijk aangegeven
    • zijn de huisregels over de verstrekking van alcohol voor iedereen duidelijk zichtbaar
    • zijn bij de bar de opening- en schenktijden van de bar voor iedereen duidelijk zichtbaar aangegeven
    • zijn de leeftijdsgrenzen voor de verstrekking van alcoholhoudende dranken voor iedereen duidelijk zichtbaar aangegeven
    • is de plaats en het moment waarop roken is toeges taan duidelijk herkenbaar 

    4.5 Voetbalaccommodatie
    4.5.1 Kleedlokaal teams
    • teams die tegen elkaar spelen hebben een gescheiden kleedlokaal dat tijdig beschikbaar is
    • een kleedlokaal kan worden afgesloten dan wel kleding en waardevolle spullen kunnen veilig worden opgeborgen

    4.5.2 Kleedlokaal scheidsrechter
    • het kleedlokaal is direct bij aankomst beschikbaar en af te sluiten
    • het kleedlokaal van de scheidsrechter biedt een veilige doorgang naar de parkeerplaats 


    4.5.3 Speelveld
    • het speelveld voldoet aan de eisen van een speelveldinrichting
    • het speelveld en de directe omgeving voldoen aan de eisen van veiligheid, zoals opgenomen in reglementen en bestuursbesluiten
    • de geluidsinstallatie van de vereniging heeft een capaciteit waarmee instructies van het gedrag op en rond het speelveld hoorbaar zijn binnen de daartoe gestelde milieueisen

    4.5.4 Parkeerplaats
    • de parkeerplaats is voldoende verlicht

    4.5.5 Fietsenstalling
    • de fietsenstalling is voldoende verlicht
    • de fietsenstalling is vanaf de kantine/accommodatie te zien

    4.5.6 Verlichting/donkere hoeken
    • de accommodatie wordt dusdanig verlicht dat spelers en anderen niet door het donker moeten om een speelveld en/of trainingsfaciliteit te bereiken

    4.6 Zorg voor materialen
    • de gebruiker ruimt de materialen op, zo nodig schoongemaakt en opgeborgen in de daarvoor aangegeven ruimte
    • de leid(s)ter is verantwoordelijk voor het gebruik van het materiaal door het team
    • de gebruiker laat de kleedkamer opgeruimd en uitgeveegd achter 
    • de leid(s)ter is verantwoordelijk voor het schoonmaken van een kleedlokaal dat door het team wordt gebruikt

    5. Sanctiebeleid
    5.1 De gedragsregels op een rijtje
    • Gedraag je altijd en overal sportief.
    • Spreek elkaar aan op het gedrag.
    • Het clubbelang is ook jouw belang.
    • Geef het goede voorbeeld.
    • Ik ben zuinig op jouw spullen, ben jij dat ook op die van mij?
    • Afspraak is afspraak.
    • Houd je aan de spel- en clubregels.
    • Accepteer beslissingen die genomen zijn.
    • Behandel iedereen altijd en overal zoals je zelf behandeld wilt worden; Respect is een werkwoord.

    5.2 Kaartensysteem
    Bij v.v. D.V.O.L. wordt gebruik gemaakt van een symbolisch kaarten systeem. Het betreft hier de volgende symbolische kaarten;
    • Groene kaart;
    •Gele kaart;
    • Rode kaart;
    • Zwarte kaart;

    Ad.1
    Een groene kaart wordt officieel uitgereikt tijdens de jaarlijkse nieuwjaarsreceptie. Een groene kaart betekent dat de ontvanger(s) zich het afgelopen jaar heeft onderscheiden door zeer sportief gedrag. Een speler, vrijwilliger of team kan worden voorgedragen via onze webpagina. Uiteindelijk zullen er 3 genomineerden door het bestuur worden voorgedragen. Een van hen zal worden geëerd tijdens de nieuwjaarsreceptie. En een klein presentje in ontvangst mogen nemen.

    Ad.2
    Een gele kaart wordt bij monde uitgereikt. Een gele kaart betekent dat de ontvanger gewezen wordt op het niet naleven van de gedragsregels en hij/zij gewezen wordt op evt. gevolgen bij herhaling.
    Een gele kaart kan door een leider/trainer van een elftal uitgereikt worden aan een speler van zijn betreffende team.

    Een gele kaart kan tevens door een clusterleider jeugd c.q. clusterleider senioren of door iemand van het hoofdbestuur worden uitgereikt aan een speler van ieder willekeurig team. De ontvanger wordt geacht over zijn terechtwijzing na te denken en herhaling te voorkomen.

    De ontvanger wordt geacht evt. schriftelijke bijlage behorende tot de gele kaart te overleggen aan zijn ouders/verzorgers. De ontvanger kan schriftelijk in beroep bij de meerdere van degene waarvan hij de kaart heeft ontvangen. De gever zal i.g.v. jeugdspeler schriftelijk de gele kaart moeten onderbouwen en als bijlage mee moeten geven aan de ontvanger. Kortom; een gele kaart betekent een ernstige waarschuwing.

    Ad.3
    Een rode kaart wordt bij monde uitgereikt en via een schrijven bevestigd.